Een paar ‘Etruscan Chairs’ circa 1805 uit particulier familiebezit
Lotnummers 8610, paar ‘Etruscan Chairs’ toegeschreven aan de ontwerper Chapuis en de lotnummers 8630 and 8631 (recamiers) zijn al meerdere generaties in het bezit van een voorname Nederlandse familie. Ze hebben ooit op landgoed Kernhem te Ede gestaan en zijn daarna via drie generaties in bezit gekomen bij de huidige eigenaren.
De sierlijke vorm en beschilderde decoratie van de armstoelen zijn geïnspireerd op afbeeldingen van klassieke meubels die te zien waren op Griekse zwart- en roodfigurige vazen, die in de 18e en vroege 19e eeuw werden ontdekt in Etruskische graven in Italië.
Hoewel de elegante lijnen van deze stoelen die uit de klassieke oudheid imiteerden kon hun vervaardiging alleen worden bereikt door gebruik te maken van nieuwe technologie. In dit geval hield dat in dat vijf of meer lange, dunne stroken mahoniehout werden gelamineerd en vervolgens met stoom werden gebogen om de omgekeerde “U”-vormige poten te vormen, evenals de gebogen armleuningen en de doorlopende stijlen die de rug- en zittingrails met elkaar verbinden.
De elegantie en het vernieuwende karakter van deze stoelen bleven niet onopgemerkt. Het hof in Brussel bestelde kort na 1806 een reeks stoelen van ditzelfde model bij Chapuis voor gebruik in het Kasteel van Laken.
In de 19e eeuw beleefde het zwart gelakte meubel een echte bloeiperiode. Wat ooit uit het verre Oosten kwam — het glanzende lakwerk uit China en Japan — werd in Europa een toonbeeld van verfijning en moderniteit. De Europese elite raakte gefascineerd door de mysterieuze glans van oosterse lak, en meubelmakers gingen al snel aan de slag om die look na te bootsen met eigen middelen. Ze ontwikkelden vernisrecepten zoals het beroemde vernis Martin, waarmee ze het diepe zwart en de zachte glans van Aziatische meubels konden evenaren.
In de salons en boudoirs van de 19e eeuw stond zwart lakwerk voor elegantie en wereldzin. De meubels — schrijftafels, commodes en vitrinekasten — kregen een sobere, bijna sculpturale uitstraling. Vaak werden ze versierd met vergulde details, parelmoerinleg of subtiele schilderingen, wat het contrast met het glanzende zwart nog sterker maakte. Het was de perfecte stijl voor een tijd die hield van orde, luxe en een vleugje exotiek.
Tegen het einde van de eeuw werd het lakwerk steeds vaker machinaal geproduceerd, waardoor de stijl breder verspreid raakte. Toch bleef het handgemaakte, diepzwarte meubel het summum van klasse — een stille getuige van de 19e-eeuwse zoektocht naar schoonheid, traditie en technische perfectie.