Romantiek in de Nederlandse schilderkunst

De Nederlandse romantiek ontwikkelde zich vooral in de eerste helft van de 19e eeuw en bleef sterk verbonden met de schildertraditie van de Gouden Eeuw. Kunstenaars als Marinus Adrianus Koekkoek, Cornelis Springer en Elias van Bommel richtten zich op landschappen, stadsgezichten, natuur en de sfeer van het moment. Niet alleen de werkelijkheid, maar vooral de stemming en emotionele beleving stonden centraal. Dramatische luchten, uitgestrekte vergezichten, ruïnes en levendige steden konden gevoelens van melancholie, verlangen en verwondering oproepen. Daarmee vormde de Nederlandse romantiek een belangrijke overgang naar een meer persoonlijke en atmosferische benadering van het landschap in de latere 19e-eeuwse schilderkunst.

In deze veiling zijn hiervan onder meer werken opgenomen onder lotnummers 6435, 6440 en 6455.

Een bijzondere plaats neemt Otto Eerelman (1839–1926) in. De Nederlandse schilder en tekenaar, geboren in Groningen, volgde zijn opleiding aan de Academie Minerva en later aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen. Hij werd vooral bekend om zijn schilderijen van paarden, honden en andere dieren. Met zijn nauwkeurige observatie, technische beheersing en grote aandacht voor anatomie en beweging wist hij dieren op een levendige en overtuigende manier weer te geven. Daarnaast schilderde Eerelman portretten en historische en koninklijke taferelen en werkte hij onder andere voor het Nederlandse hof. Tegenwoordig geldt hij als een belangrijke Nederlandse dierenschilder van de 19e en vroege 20e eeuw.