Een ode aan het Nederlands sieraad; Nienhuis, Reggers, Brom, Steltman, Noten en Wiertz

Bert Nienhuis
Het eerste decennium van de twintigste eeuw wordt in de ontwikkeling van het Nederlands sieraad gedomineerd door ontwerpers die naast juwelen tal van gebruiksgoederen ontwierpen. Het sieraad diende dan ook niet louter als verfraaiing, maar als illustratie van een nieuw aangebroken tijd, een onderdeel van het Gesamtkunstwerk, sterk beïnvloed door de Art Nouveau en Wiener Werkstätte.

De in Groningen geboren Bert Nienhuis (1873-1960), voornamelijk bekend als keramist bij plateelfabriek De Distel, ontwierp in de periode rond 1910 een grote collectie sieraden in opdracht van de Amsterdamse firma Hoeker & Zn. in Amsterdam, onder leiding van de edelsmid Louis van Kooten. De gekozen vormentaal van deze sieraden komt sterk overeen met die van zijn keramische ontwerpen. Een op geometrie gebaseerde compositie met systematische opbouw en organische lijnvoering en zorgvuldig gekozen kleurencombinaties die elkaar weten te versterken[1].

[1] M. Unger, “Het Nederlands sieraad in de 20ste eeuw” Bussum, 2004, p. 56-57

De broche (lotnummer 90) is kenmerkend voor Nienhuis. Ze is gebaseerd op een vierpas en uitgevoerd in gematteerd geelgoud. De waaiervormige decoraties, deels groen geëmailleerd benadrukken de opbouw van het sieraad en vormen een versterking in het kleurenpalet met de veelkleurige cabochon geslepen Australische opaal. Om Marjan Unger te citeren ‘Het werk van Nienhuis wekt beschaafd genot op’.

Gebroeders Reggers
In 1919 richtten de Brabantse broers Fons en Rein Reggers het atelier Firma Gebr. Reggers (1919-1960) op in Amsterdam voor het maken van zilveren sieraden gebruiksvoorwerpen. Afkomstig uit een familie van goudsmeden brachten zij een stevige ambachtelijke basis mee, die zij wisten te vertalen naar een eigen, herkenbare stijl waarmee zij al snel bekendheid verwierven. Kenmerkend voor hun werk zijn de gehamerde oppervlakken en de sierlijk krullende, asymmetrische lijnen, in combinatie met organische vormen en geometrische patronen, die aansluiten bij de vormentaal van de Amsterdamse School. De sieraden van de gebroeders Reggers werden iconen binnen deze stijl. In 1960 kwam een einde aan de zelfstandige firma toen deze werd overgenomen door Dutch Chain Works, een dochtermaatschappij van Van Kempen & Begeer. Het oeuvre van Gebr. Reggers leeft echter voort: hun sieraden worden nog altijd gewaardeerd om hun krachtige vormgeving en ambachtelijke kwaliteit en maken tegenwoordig deel uit van belangrijke collecties, waaronder die van het Rijksmuseum in Amsterdam.

Wij bieden diverse sieraden van de gebroeders Reggers aan (lotnummers 106-111), waaronder broches en hangers en zelfs een handspiegeltje. Een bijzondere vermelding verdient de zeldzamere clip, gezet met een gesneden Chinese kornalijnen disc (lotnummer 106).

Joanna Brom
Afkomstig uit een katholieke kunstenaarsfamilie groeide Joanna Brom (1898-1980) op in een omgeving waarin vakmanschap en religieuze kunst een centrale rol speelden. Na opleidingen in Salzburg, Wenen, Berlijn en Leipzig trad zij toe tot het familiebedrijf de Edelsmidse Brom in Utrecht. Hier speelde zij een belangrijke rol in de artistieke afwerking van kerkelijke objecten. Monstransen, kelken, vazen en schalen werden door haar hand verrijkt met zorgvuldig aangebracht email, waarmee zij deze gebruiksvoorwerpen een uitgesproken esthetische en zelfs spirituele uitstraling gaf. Naast dit werk ontwierp zij ook sieraden en vervaardigde zij portretminiaturen in email, waarin haar gevoel voor detail en kleur tot uiting komt. Voor haar werk ontving zij in 1937 een grand prix voor email op een internationale tentoonstelling in Parijs, een erkenning van haar uitzonderlijke vakmanschap. Met haar oeuvre levert Joanna Brom een belangrijke bijdrage aan de Nederlandse edelsmeedkunst van de twintigste eeuw. Haar werk kenmerkt zich door een harmonieuze combinatie van technische beheersing en ingetogen schoonheid, waarbij het email een centrale rol speelt als drager van kleur, licht en betekenis.

Lotnummer 104 is een hanger met voorstelling van Maria met kind en Catharina van Siena, uitgevoerd in helder gekleurd cloisonné email. Het is een in opdracht vervaardigde hanger ter gelegenheid van een veertigjarig huwelijksjubileum en daardoor een unica, aangeboden door de dochter van het echtpaar.

Johannes Steltman
Als man van slechts 26 opende Johannes Steltman (1891-1961) de deuren van zijn juwelierszaak in het chique Den Haag. Een logische keuze voor een clientèle die bestond uit buitenlandse gezanten en adellijke kringen. De meeste juwelen werden in opdracht voor de klant ontworpen en in eigen atelier gemaakt. Waarbij het zogenaamde ‘witgoed’, luxueuze sieraden van witte metalen zoals platina en witgoud en bezet met diamanten een belangrijke rol speelden. Vanaf de eerste dag richtte Steltman zich op het hoogste segment. Juwelen voor chique en internationale gelegenheden, bezet met kostbare edelstenen of bestaande uit vele natuurlijke parels. In een door jeugdvriend Hildo Krop ontworpen interieur zette Steltman in de jaren ‘20, dé standaard voor de Nederlandse haute joaillerie. Na moeilijke jaren in de jaren ‘30 en ‘40 brak er vanaf de jaren ‘50 een nieuwe bloeiperiode aan voor het juweliershuis. De diamant was ongekend populair en de broche bijzonder geliefd. Uit de late jaren ‘50 is de strikbroche met lotnummer 140 afkomstig. Een speels ontwerp, minutieus met diamanten en blauwe saffieren bezet, waardoor de suggestie gewekt wordt van een echt lint. Het is een typisch Steltman juweel, in elegantie en in afwerking.

Een ander, inmiddels iconisch Steltman ontwerp is lotnummer 205, de Alexandra bandring. Centraal bezet met een ovale gefacetteerde smaragd en verder afgewerkt met briljant geslepen diamanten is dit een juweel waarin misschien wel de kern van het Steltman sieraad zichtbaar wordt. Opvallend doch draagbaar, elegant doch eigenzinnig en bovenal een in edelmetaal gegoten stukje hoogwaardig Nederlands erfgoed.

Ted Noten
Ted Noten (1956) behoort tot de meest eigenzinnige en invloedrijke sieraadontwerpers van Nederland. Zijn controversiële ontwerpen dagen de kijker uit om ‘verder te kijken dan hun neus lang is’. Vaak als commentaar op politieke en maatschappelijke kwesties met een sausje van ironie, dwingt het men na te denken. Thema’s als geweld, hebzucht, liefde en sterfelijkheid keren regelmatig terug. Hij werd vooral bekend met zijn transparante acrylaatobjecten, waarin hij alledaagse en soms confronterende elementen – van sieraden en gebruiksvoorwerpen tot pistolen of een dode muis met parelketting – letterlijk insluit en daarmee van betekenis laat veranderen.

“A pearl necklace? As the subject of a contemporary art event? I guess at the time I was infuriated by the idea that someone even dared ask me to join a group of designers who were invited to work with this most boring, bourgeois icon in the whole history of jewellery: a string of pearls. I’d rather hang myself with them! A new design for a pearl necklace to me meant unconditional surrender, and probably that has been the ultimate reason to take part in the event. Not to join, but to battle from within. Afterwards my entry ‘Princess’ has been described as the first conceptual work I ever produced but in fact there was hardly any concept to start with. Sheer anger comes closer to the truth.

It was this state of mind that made me decide to pick up a dead mouse I spotted in the corner of my studio. They wanted a string of pearls? Well then they would get exactly that. I took the tiny corpse, made a miniature pearl necklace for it and casted the whole thing in solid plastic.” tednoten.com

De sieraden met lotnummers 298, 300 en 301, zijn allen gemaakt van acrylhars. Niet gevuld met pistolen of dode muizen, maar met briljant geslepen diamanten, een veertje en onderdelen van microchips.

Pauline Wiertz
De aan de Rietveld Academie opgeleide Pauline Wiertz (1955–2019) was een Amsterdamse beeldhouwer, keramist en sieraadontwerper die zich in het bijzonder onderscheidde met haar opvallende en eigenzinnige juwelen. Voornamelijk gemaakt van porselein, kenmerken haar sieraden zich door een barokke vormgeving. Uitbundig gebruik van decoratieve elementen is haar niet vreemd, waarbij ze vooral gebruik maakte van transfertechnieken om haar sieraden te voorzien van patronen en afbeeldingen.

Haar inspiratie haalde ze uit het alledaagse leven: schelpdieren, vissen, garnalen, kippenpoten en pinda’s werden door haar getransformeerd tot draagbare objecten. Deze speelse maar ook licht vervreemdende vormen verwijzen soms naar overvloed en vergankelijkheid, en sluiten aan bij haar fascinatie voor barok en rococo.

Naast haar kunstenaarschap gaf Wiertz les aan onder andere de Academie Minerva, de Design Academy Eindhoven en het Sandberg Instituut. Haar sieraden werden gepresenteerd door galeries zoals Galerie Louise Smit en Galerie Hélène Porée, en vonden hun weg naar zowel particuliere verzamelaars als museale collecties waaronder het Rijksmuseum, museum Booijmans van Beuningen, CODA en het Victoria and Albert Museum.

Lotnummer 303 is een collier opgebouwd uit witte, goud geschilderde en blauwwitte keramieken kralen in de vorm van pinda’s. Een ontwerp ontstaan door de pinda snoeren voor vogels die we in de winter ophangen in onze tuin.